Twee bezoekjes aan Angerenstein en Klarenbeek, 1815 en 1818

Jan Holwerda, van het Tuinhistorisch Genootschap Cascade, stuurde ons twee beschrijvingen van Angerenstein en Klarenbeek, zoals die beschreven staan in het “Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830″:
“In een van zijn dagboeken doet Willem de Clercq verslag van een reisje door Gelderland (aug 1815). Op de tweede dag (17 aug. 1815) wordt o.a. Angerenstein aangedaan:

Minder vereerend was het oordeel dat wij na de bezigtiging van Angelenstein velden. Dit kleine plaatsje munt door zoo veel netheid als stijfheid uit.
Men ziet eene opvolging van Cascadetjes en fonteintjes die alle in linea recta met een stijf Heeren huis correspondeeren. De bevallige verrassing dient niet vergeten te worden hoe twee der reizigers eensklaps den grond onder hunne voeten geopend zagen en door zulk eene stroom van lieflijk fontein-water besproeid wierden als of zij het geweld van eenige stortregens hadden moeten verduren. Het aanmerkelijkste is een soort van IJsfontein die des winters en des zomers springt, door een beekje uit de hoogtens gevoed word en door de kou van zijn water en het glanzend wit van zijn schuim uitmunt. Van deze kou moesten wij ons bon gré mal gré overtuigen door in deze beek heen en weder te lopen tot wij eindelijk ten koste van onze voeten en laarzen daarvan volkomen overtuigd waren.
Angelenstein verlaten hebbende wandelden wij verder op en den Kapellenberg met eenige moeite bereikt en beklommen hebbende was hier weder een treffend vergezicht ten toon gespreid.

Op 29 juli 1818 trouwt Willem de Clercq met Caroline Charlotte Boissevain, aansluitend maken ze een huwelijksreisje. Op de vijfde dag worden Angerenstein en Klarenbeek aangedaan:

Ja ’t is hier wat anders te zeggen als boven Haarlem zeide ik tegen Lina [Carolina toen wij reeds zeer vroeg de allerheerlijkste wandeling over heuvels en dalen bij korenvelden en bosschen begonnen waren en nu Angelanste bereikt hadden.
Dit was als voorheen de bloemen voortreflijk het waterwerk stijf de ijsfontein merkwaardig de bedriegertjes die ook mijne dierbre gade niet verschoonden verradelijk.
Van hier leidde de weg zoo ’t heettte naar Sonsbeek doch in plaats van daar kwamen wij op Klarenbeek te land. Heerlijk geboomte en zeer schone gezichten op de hoogtens in den trant van Sonsbeek maakten hier het schone uit en de tuinman die ons met al zijn duchtig vermoeide scheen nog iets begrip te hebben van ’t gene wij verstonden.

Met vriendelijke groet
Jan Holwerda”

Meer informatie over tuinhistorie is te vinden op de website van het Tuinhistorisch Genootschap Cascade

 

 

Leave a Reply