Schuilkelders in de Tweede Wereldoorlog

Vanaf het midden van de jaren dertig nam de dreiging van een oorlog met nazi-Duitsland steeds verder toe. Hoewel Nederland hoopte opnieuw neutraal te blijven, trof de overheid toch maatregelen om de bevolking te beschermen tegen mogelijke luchtaanvallen. Na de Duitse inval in Polen in 1939 werd de Luchtbeschermingsdienst (LBD) opgericht. Deze dienst had als taak burgers te adviseren over voorzorgsmaatregelen die zij zelf konden nemen.

Advertentie voor de bouw van schuilkelders
Uit de Arnhemsche Courant van 12-04-1939. Delpher

Eenvoudige aanpassingen
Veel mensen versterkten simpelweg hun bestaande kelder met extra houten of stalen stutten om instorting bij een nabije inslag te voorkomen.
Ook groef men wel een diepe sleuf in de tuin, afgedekt met planken en een dikke laag aarde of zandzakken diende die als schuilplaats. Strikt genomen zijn dit geen schuilkelders, maar werden door de makers wel zo genoemd.

 De Bouw van Particuliere Schuilplaatsen
Wie het zich kon veroorloven, liet in de jaren dertig of begin veertig een eigen schuilplaats bouwen. Vanaf 1937 verschijnen advertenties van bouwbedrijven met verschillende oplossingen:
* Tuinschuilkelders: Was er voldoende ruimte in de achtertuin, dan kon daar een betonnen kelder gebouwd worden. Deze boden meer veiligheid dan een kelder onder het huis, omdat je bij een directe voltreffer op de woning niet bedolven raakte onder het puin.
* Prefab-oplossingen: Er waren destijds al bedrijven die ‘gepantserde’ platen of betonnen ringen verkochten die men in de tuin kon ingraven.
*verbouwing van bestaande kelder: Sommige huiseigenaren schakelden een aannemer in om hun kelder geschikt te maken als schuilplaats.

Schuilkelders in de wijk Angerenstein

Julianalaan 86
Voor zover bekend is er nog maar één schuilkelder over: een betonnen kelder achter in de tuin van Julianalaan 86. De eigenaar was S.A. Bijsterbosch, destijds hoofd van de openbare school aan de Agnietenstraat. Hij vroeg een vergunning aan voor de bouw van een gas- en scherfvrije kelder.
De bouwtekening, gedateerd september 1939, bevindt zich in het Gelders Archief. Wanden en het plafond zijn van 25 centimeter dik gewapend beton. Bovenop kwam een laag zand van minstens 40 centimeter. De toegangstrap werd hermetisch afgesloten met een stalen luik, terwijl een gietijzeren buis zorgde voor ventilatie. De kelder heeft een oppervlakte van drie bij zes meter en is twee meter hoog.

Ontwerp voor een schuilkelder
Uitsnede uit de bouwtekening voor de schuilkelder in de tuin van Julianalaan 86. Collectie Gelders archief

Vijf andere schuilkelders zijn weliswaar verdwenen, maar leven voort in herinneringen en foto’s.
Velperweg 101b (de rechterhelft van De Vijf Zuylen)
De villa van de familie Iordens werd in 1943 gevorderd door de bezetter. Hanns Albin Rauter, hoofd van de Duitse politie in Nederland, trok er in. De familie Iordens vond tijdelijk onderdak bij de buren op de Van der Duyn van Maasdamlaan 2. In haar dagboek schrijft mevrouw Bé Iordens-Stroink dat de Rauters vóór 17 september al weg waren, zodat zij op de 18e weer in haar oude huis kon wonen, wat ze erg fijn vond, ook omdat dat huis een goede schuilkelder had in de tuin. Een paar dagen later werd de hele Arnhemse bevolking geëvacueerd. De goed bevoorraadde schuilkelder bleef ongebruikt achter. Pas na de bevrijding keerde familie Iordens terug. Van de schuilkelder is niets meer terug te vinden.

Prümelaan 10
Alice Muusse, toen 7 jaar oud, herinnert zich de schuilkelder in de tuin van haar oom Ben Wind. Zij woonde ernaast op nummer 12. Haar oom had de schuilplaats, samen met haar vader en enkele buren zelf gegraven. Dat was een hele klus geweest: een enorm stuk uitgraven, dan balen stro er in en daaroverheen weer aarde met bloemen. “Je ging door een smalle opening wat naar beneden, waar je in de gang ook op zo’n strobaal kon zitten.  We hebben daar veel angstige uren doorgebracht”,  vertelt ze.

Velperweg 135
Marjan Vermaas woonde tussen 1952 en 1965 aan de  Velperweg 135e (nu nummer 129). Eén van haar vriendinnetjes woonde drie huizen verderop op nummer 135. Daar lag in de achtertuin onder het grasveld een betonnen schuilkelder.

Laan van Klarenbeek 76
In de achtertuin van de Laan van Klarenbeek 76 was ook een zelfgebouwde schuilkelder te vinden. Verzetsman Albert Deuss schrijft in Terugblik dat zijn jongste broertje Bart de van strobalen gemaakte schuilkelder in de tuin van Toontje Egging (een NSB-er) aan de Laan van Klarenbeek in brand stak.

Velperweg bij Rennenenk
Twee ingegraven tramwagons dienden als bijzondere schuilplaatsen. Deze moeten pas na de Slag om Arnhem (september 1944) zijn aangelegd. Tot die tijd reden de trams nog. Omdat de bewoners van Arnhem waren geëvacueerd, is het aannemelijk dat deze schuilplaatsen door de bezetter zijn gemaakt.

Schuilkelder nabij Rennen Enk
Uitgraven bijwagens in schuilkelder nabij Rennen Enk aan de Velperweg. Gelders Archief:1583 – 7214, Renes, CC-BY-4.0 licentie.

Als er mensen zijn die meer informatie hebben over schuilkelders in de wijk, dan horen wij dat graag.

Leave a Reply

  

  

  

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.