Sinds 1995 ligt in een groot aantal Europese landen een toenemend aantal kleine gedenkplaten in trottoirs. Ze worden Stolpersteine, in het Nederlands struikelstenen, genoemd en zijn bedacht door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Hij wil met deze gedenkplaten de namen terughalen van de miljoenen slachtoffers van het nationaal-socialisme in de jaren tussen 1933 en 1945. In Nederland zijn in 2007 de eerste Stolpersteine gelegd. De meeste struikelstenen zijn geplaatst ter nagedachtenis van Joodse slachtoffers van de Holocaust. Maar ze kunnen worden aangevraagd voor álle slachtoffers. Zie https://stichting-stolpersteine.nl
De messing naamplaatjes liggen in het trottoir voor het vroegere woonhuis van de slachtoffers en zijn bedoeld om voorbijgangers in figuurlijke zin te laten struikelen over hun namen. Zo helpen ze om na te laten denken over hun lot. Ook in onze wijk liggen een aantal struikelstenen.
Aan het begin van de Prümelaan liggen voor het hoekhuis (huidig adres Velperweg 79) 5 struikelstenen voor leden van de Joodse familie Israël. Ze zijn aangevraagd door Eleonore de Ruuk, nazaat en aanvrager van de stenen. Zij schreef :
‘De personen waarvoor wij de stenen hebben laten leggen zijn mijn overgrootmoeder Sibilla Israël-Bachrach, haar zoon Salomo en dochters Mina, Saartje en Geertruida. Mijn grootmoeder, Anna de Ruuk-Israël, de middelste van de 9 kinderen van het gezin, overleefde de oorlog. Zij, mijn grootvader en mijn vader woonden op NL-Indië en hebben daar gedurende de oorlog gevangen gezeten. Mijn grootvader overleed in een kamp in Japan.
Het klopt dat de familie Israël als laatste woonadres de Willem van Gulikstraat 18 had. Maar gezien bepaalde omstandigheden vonden wij hun eerdere woonadres toepasselijker.
In het begin van 1939 woonden zij nog op Prümelaan nr.1, destijds de helft van het pand van wat nu Velperweg 79 betreft. Eind april 1939 verhuisden zij naar de W.v.Gulikstraat 18. Eind mei 1939 overleed mijn overgrootvader Bernard Israël.
Vanwege het uitbreken van de oorlog hebben zij hier dus niet lang gewoond. De familieleden hebben gedurende de oorlog deels ondergedoken gezeten, hebben deelgenomen aan het verzet, zijn gevlucht en hebben gevangen gezeten op verschillende plekken. De meeste foto’s die bewaard zijn gebleven van Arnhem zijn bij dit huis op Prümelaan 1 gemaakt.’
Prümelaan 1 was voor de omgebrachte personen dus niet het laatste woonhuis, maar omdat iedereen hier samen heeft gewoond vond de familie het passend om de struikelstenen hier bij elkaar te plaatsen. Anders zou Saartje apart komen te liggen aangezien zij al getrouwd was, elders in Arnhem woonde en dus niet meeverhuisde naar de Willem van Gulikstraat.
De 5 stenen voor leden van de familie Israëls zijn op 14 september 2022 geplaatst.
Een paar meter verder, voor Prümelaan 5, ligt een struikelsteen voor Sophia Cohen. Zij is geboren op 22 maart 1867 en was al op leeftijd en sinds 1920 weduwe toen de oorlog uitbrak. Zij wordt op de site Joodsmonument.nl genoemd als pensionhoudster. Sophia is door de nazi’s weggevoerd en op 21 januari 1943 vermoord in Auschwitz. Ze was toen 75 jaar. Van haar vijf kinderen hebben twee de oorlog overleefd.
De struikelsteen voor Sophia Cohen was de eerste die in onze wijk werd geplaatst. Dat was op 15 september 2021.
Sinds 26 september 2024 ligt in de stoep voor Huijgenslaan 63 een struikelsteen voor een jonge verzetsman, Justinus Cornelis (Joost) de Josselin de Jong. Hij wordt geboren in 1920 en droomt van een carrière bij de marine, maar wordt tot zijn verdriet afgekeurd. Dat gebeurt vier dagen voor de algehele mobilisatie in augustus 1939. Joost neemt dan vrijwillig dienst bij de landmacht. Na de capitulatie wordt het leger opgeheven. Uit het leger worden veel mensen gerekruteerd voor de Marechaussee, die als Rijkspolitiekorps blijft bestaan en sterk wordt uitgebreid. Joost zal opgeleid worden voor een leidinggevende functie, maar vraagt en krijgt al snel ontslag.
Hij probeert dan naar Engeland te gaan om zich bij de geallieerden aan te sluiten. Dit mislukt, maar hij komt in contact met Nic Erkens, oprichter en leider van een verzetsbataljon. Erkens zit in Arnhem ondergedoken en werkt samen met verzetsgroepen in België. Joost gaat meewerken aan de organisatie en opbouw van dit verzetsbataljon. Ook verzamelt hij militaire inlichtingen over ‘Fliegerhorst’ Deelen. Wanneer de Duitsers weten te infiltreren in de verzetsgroepen betekent dat het einde.
Op 18 november 1943 wordt Joost met anderen door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Een aantal mensen uit de verzetsgroepen wordt ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Achttien anderen, waaronder Joost, worden op transport gezet naar kamp Natzweiler-Struthof in de Vogezen. De mannen krijgen op hun kampkleding twee N’s, het merkteken voor een ‘Nacht- und Nebelhäftling, een gevangene die niet meer bestaat voor de buitenwereld. Zij zijn alleen nog een nummer. Joost is nummer 5645.
De omstandigheden in Natzweiler zijn vreselijk zwaar. Om geen slachtoffer te worden van de willekeur van de bewakers moet een gevangene vooral niet opvallen. Dat is Joost niet gelukt. Op 8 maart 1944 wekt iets de woede op van een ‘kapo’ die hem met een knuppel doodslaat. Joost de Josselin de Jong is 23 jaar geworden.

Op 29 september 2025 werden voor hun woonhuis op (Velperweg 99, voorheen Ernst Casimirlaan 19) twee struikelstenen geplaatst ter nagedachtenis aan Emma Roos-Simons en Moses Roos, die beiden zijn vermoord in Auschwitz.
Moses (Max) Roos leidde de confectiefabriek van zijn vader op de hoek van de Brugstraat en de Utrechtsestraat. Op 22 maart 1941 nam de Duitse bezetter deze kledingfabriek in beslag en moest Max Roos terugtreden. In december van dat jaar werd hij opgepakt: Margo Klijn schrijft in haar boek ‘De Stille Slag’ (2025) daarover:
‘Op 31 december 1941 om 12 uur ’s middags gaat de 46-jarige Moritz Simon met twee anderen (Max Roos, de schoonvader van zoon Rudi, en Willem de Hoop) naar het Philips servicestation aan de Gerard Voethstraat om er te luisteren naar de Engelse radio. Moritz en Rudi’s schoonvader deden dat regelmatig, want de reparatiewerkplaats voor radio’s en de familie zijn directe buren- een kwestie van over een muurtje klimmen. Maar de deur van de werkplaats staat toevallig open. Een paar Duitse militairen, die een gerepareerde radio komen halen, wandelen zonder enige waarschuwing gewoon naar binnen en betrappen de luisteraars op heterdaad. De drie mannen worden gearresteerd en brengen de nacht door bij de SD aan de Utrechtseweg 55a en daarna tot 5 januari in het Huis van Bewaring in Arnhem. Achtereenvolgens worden ze opgesloten in het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort, in de Deutsches Untersuchungs- und Strafgefängnis in Den Haag, in de Polizeigefängnis Scheveningen en opnieuw in Kamp Amersfoort’.
Daarna werd hij naar Kamp Westerbork gebracht en vervolgens op 16 juli 1942 op transport naar Auschwitz gesteld waar hij zich letterlijk dood moest werken. Hij overleed op 15 augustus op 46-jarige leeftijd.
Moses was nadat hij weduwnaar was geworden opnieuw getrouwd. Zijn vrouw Emma Roos-Simons moest, samen met meer Arnhemse joden, van de bezetter naar Amsterdam verhuizen. Vandaar ging zij al gauw naar Deventer en vervolgens naar Twello, waar zij onderdook. Zij werd echter ontdekt, op 28 januari 1944 gevangen gezet in kamp Westerbork en op 3 maart op transport gesteld naar Auschwitz. Na aankomst daar werd zij vergast. Ze werd 39 jaar.
Bronnen:
Op de website www.joodsmonumentarnhem.nl is informatie over alle struikelstenen in Arnhem te vinden
Over Joost Josselin de Jong in Marechausse Contact 2022, nr.3
Klijn, Margo – De stille slag: joodse Arnhemmers 1933-1945 – Westervoort, van Gruting, 2003

