Geografie van de Veluwe

In 1796 verscheen deel vijf van “Nieuw geschenk voor de jeugd”, waarin opgenomen: “Geografie van de Veluwe”, geschreven door de Arnhemse predikant en dichter Ahasverus van den Berg. In de vorm van een vraag-en-antwoordgesprek (V en A) komen tal van wetenswaardigheden over de Veluwe aan bod. Ook de landgoederen Klarenbeek en Angerestein.

Ahasverus van den Berg

V. Is er nu noch meer in den omtrek van Arnhem te zien?
A. Gij moet eenen geheelen dag nemen, tot eene wandeling naar Rozendaal, dezen dag zult gij met zeer groot vermaak doorbrengen.

V. Ik heb daar veel van hooren spreken.

A. De Rozendaalsche weg loopt over eenen grond, die merkelijk afhelt, van de linker naar de rechter zijde. Aan uwe linkerzij vindt gij, boven op de hoogte, zeer hooge boomen, en lager af koornvelden, die door de verscheidenheid van hunne voordbrengselen op deze helling aartig bij elkander afsteken. — Binnen een klein half uur zijt gij op Klarenbeek.

V. Die plaats meen ik, dat zeer beroemd is?

A. Er plagt niet lang geleden noch een zeer aanzienlijk bosch te wezen, doch de grootste meenigte van boomen is gevallen; nu is dat land in koornveld veranderd, dat door zijne verscheidenheid op dien ongelijken grond eene fraie vertooning maakt. Midden tusschen het bouwland ziet men de bronnen, uit den grond voordkomen, en in eenen grooten vijver samenloopen, van waar het water naar de hoven van deze lustplaats voordloopt, en aldaar watervallen en fonteinen vormt.

V. Dus zal dit eene fraaie lustplaats wezen?

A. Dat is zij. Korter bij het huis is noch geen gebrek aan hoog geboomt, een gedeelte van het welk vrij zwaar is. En wat het water betreft, dat is hier zeer rijk. Gij zult er ver-scheiden zeer groote vijvers vinden, en men zal op uw verzoek eene meenigte fonteinen laten springen, die zich in allerlei gedaantens vertoonen.

V. Springen deze fonteinen hoog?

A. Men zal u hier de hoogstspringende fontein uit deze geheele streek vertoonen, en noch zult gij met leetwezen zien, dat men van alle de rijkdommen der natuur, die hier voorhanden zijn, geen gebruik gemaakt heeft. — Ook is de smaak noch meest in den ouden trant.

V. En het huis?

A. Dat is ruim en gemakkelijk; maar bijzondere aanmerking verdient het niet.

V. En wat volgt nu op mijnen weg naar Rozendaal?

A. Een klein, maar bij uitstek fraai plaatsje, Angerenstein, dat gij met verrukking zien zult.

V. Wat maakt hier de voorname schoonheid uit?

A. Eene groote meenigte van fonteinen, die men, alle teffens, van een en hetzelfde standpunt, ziet springen. Zij bereiken eene aanmerkelijke hoogte, en hebben die bijzondere hoedanigheid, dat de rijkdom van water, dien men hier vindt, toelaat, dat de meesten altijd door bij dag en bij nacht springende blijven.

V. Valt hier noch meer te zien?

A. Niets anders dan fraai boomgewas en een middelmatig huis, dat niet zeer schoon is. Gij kunt nu verder naar Rozendaal voordwandelen.

V. Ben ik dan hier noch niet in den omtrek van die heerlijkheid?

A. Klarenbeek en Angerenstein liggen noch in het Schependom van Arnhem; doch een weinig verder vindt gij eene laan, die het Schependom van de heerlijkheid afscheidt en deze laatste geheel omringt. Men heeft verscheiden uren noodig om dezelve af te wandelen.

V. Wat ontmoet ik verder op mijnen weg?

A. Nu niets bijzonders. Gij gaat eene merkelijke hoogte op, met heide begroeid, van waar gij wederom ruime gezichten hebt. Van het opgaand geboomte, dat hier was, is thans niet veel meer over, en binnen kort zijt gij te Rozendaal.

Leave a Reply