Landgoed Angerenstein

Angerenstein tot 1833
Er waren in de vijftiende eeuw nog meer goederen in de deze omgeving  eigendom van of schatplichtig aan de abdij van Prüm en later aan het klooster Monnikhuizen. Dit blijkt uit de goederenlijst van de abdij. Daarin komt voor ‘Den goede, geheyten ten Gronde, Angerensteyn’. Verwarring wekt de dubbele naam: ten Gronde of Angerenstein. Waarschijnlijk is bedoeld dat beide goederen oorspronkelijk een eenheid hebben gevormd en later gescheiden zijn. Boerderij De Grond lag in het dal van de huidige Bernhardlaan, tegenover de Boomhut.
Als eerste leenman van Angerenstein is Johan Coster geboekstaafd. Over zijn voorgangers is niets bekend. Zijn zoon Jan moest in 1480 als schatting een heergewaad (militaire uitrusting) van een pond aan het klooster betalen. In het jaar 1501 staat zijn dochter Walborgis van Berck genoteerd. In dat jaar is er op Angerenstein al een watermolen, huis en hof. Het wordt op dichterlijke wijze als volgt omschreven:

„dat erve inde guet te Angerensteyn, geheitten dat guet te Munchuyssen,
mitter watermullen, mit huys,mit hoff,
mit busche, mit broeck, mit heyd, mit weyd,
mit hoge, mit lege, mit lande, mit sande
ind mit allen synen toebehoeren,
also als in der vryheit ende onder der clocken van Arnhem gelegen is”.

In 1633 is Herman van Berck de eigenaar. Zijn nazaten verkopen het goed in 1639 aan Sara Robberts, die het vier jaar later al overdraagt aan de bosmeester Daniel ‘t Zas. Zijn naam leeft nog voort in de Zaslaan.
Burgemeester Engelen kocht het landgoed in 1684. Meteen daarna begon hij energiek aan het herstel en de opbouw ervan. Tijdens de Franse bezetting (1672-1674) was de molen namelijk verwoest. In 1685 kreeg Engelen toestemming van de raad om de molen te mogen herbouwen. Ook mocht hij de heidevelden vanaf de Geitenkamp tot aan het beekje bij boerderij De Grond en vanaf erve De Grond tot aan de Bonte Wetering gaan ontginnen, hetzij door het onder de ploeg te brengen, hetzij door er bomen te planten. De Bonte Wetering vormde de grens van het schependom. Blijkens de kaart van Hottinger, tussen 1775 en 1780 gemaakt, heeft Engelbert of anders zijn nageslacht gekozen voor bosbouw. Omdat Engelbert al in 1694 overleed, kwam aan deze ontginningsactiviteit tijdelijk een einde.
Het landgoed bleef tot 1833 in het bezit van de familie Engelen. Het was veel groter dan tegenwoordig. Aan de noordzijde van de Rosendaalseweg vielen er uitgestrekte terreinen onder, de Angerensteinse Kamp, vanaf de grens met Huis Klarenbeek tot aan de Geitenkamp. Een aantal boeren pachtte er bouw- of weiland, slechts van een paar daarvan is de naam bekend. De watermolen, die ook verpacht was, heeft in geval tot 1734 gefunctioneerd, misschien langer. Opvallend is dat aan het begin van de negentiende eeuw reizigers huis en park Angerenstein meer gingen bewonderden dan Klarenbeek. In 1833 kocht baron Jan van Pallandt ook dit landgoed. Met hem begint dus ook hier een nieuw tijdperk.

De familie Van Pallandt
Huis Angerenstein heeft Jan baron Van Pallandt in 1833 gekocht van de bejaarde Willem Engelbert Engelen, die zelf waarschijnlijk in de stad is gaan wonen tot zijn dood in 1839.
Samuel van Pallandt, die dankzij zijn vrouw de titel heer van Oud-Beijerland aan zijn naam kon toevoegen, is hier eind 1833 gaan wonen. Nadat hij en zijn vrouw Everdine overleden waren in 1880 en 1885, werd zijn dochter Henriette de hoofdbewoonster. Zij was gehuwd met Frederik baron van Tuijll van Serooskerken, die in 1904 is overleden. Barones Henriette overleed zelf in 1907. Daarna werd Angerenstein verkocht, aan J. de Goeijen.
De sfeer die in dit huis en landgoed heerste, wordt goed weergegeven in de roman De Kleine Inez van Reinier van Genderen Stort uit 1925.

Leave a Reply